ONZE GESCHIEDENIS

Het ontstaan van de Eredivisie gaat ver terug in de tijd. De voorloper van de Eredivisie was de 'kampioenscompetitie'. Al sinds 1888 wordt er officieus gestreden om het Nederlands kampioenschap. Met ingang van het seizoen 1898 / 1899 werd dit officieel, waarna Concordia uit Rotterdam zich als eerste landskampioen van Nederland mocht noemen. Na de introductie van het betaald voetbal in 1954 werd twee jaar later de Eredivisie opgericht. Zodoende zijn sinds 1956 de sterkste clubs van Nederland verenigd in één landelijke competitie.

De Eredivisie telt vandaag de dag 18 clubs. De lijstaanvoerder na 34 wedstrijden wordt gekroond tot landskampioen. De laatst geëindigde van de eindrangschikking degradeert rechtstreeks een divisie lager naar de Jupiler League. In 2004 werd gekozen voor een nieuwe opzet: het play-off model. Hierdoor wordt sinds het seizoen 2005/’06 na de reguliere competitie in een reeks van finalewedstrijden gestreden om een ticket voor Europees voetbal en om promotie/degradatie.

Als bakermat van het nationale voetbal heeft de Eredivisie wereldwijd een reputatie opgebouwd van aantrekkelijk, creatief en vernieuwend voetbal. Gevoed door de sterke Nederlandse voetbalcultuur staat de Eredivisie bovendien tot ver over de landsgrenzen bekend als een aanvallende en doelpuntrijke competitie en wordt beschouwd als een ideale broedplaats voor voetbaltalent. Door talenten de kans te geven zich te ontwikkelen in een aantrekkelijke en spannende competitie wordt tevens een stevig fundament gelegd onder het Nederlands Elftal.

In het eerste seizoen (1956) schreef PSV’er Coen Dillen meteen geschiedenis door liefst 43 keer te scoren, hetgeen nog altijd een record is. Ajax was dat jaar de eerste kampioen van de Eredivisie en wist de titel in totaal 33 keer naar Amsterdam te brengen. PSV volgt met 23 titels en Feyenoord mocht zich 14 keer tot landskampioen kronen. In 2009 werd de hegemonie van de ‘traditionele top drie’ doorbroken door AZ Alkmaar dat kampioen werd. Het was voor het eerst sinds 1981 dat een andere club dan Ajax, Feyenoord en PSV de kampioenschaal omhoog kon houden. In het seizoen 2009 – 2010 viel deze eer voor het eerst in de geschiedenis te beurt aan FC Twente.

Tot ver over de eigen landsgrenzen staat de Eredivisie bekend om de training en opleiding van internationale topspelers en coaches. Het succes van de Nederlandse clubs is grotendeels toe te schrijven aan hun vermogen jonge talenten op te leiden, vooral technisch en tactisch, en hen de mogelijkheid te bieden zich te ontwikkelen in de aantrekkelijke nationale competitie. Mede daarom hebben zoveel zelfopgeleide Nederlandse spelers door de geschiedenis heen uit kunnen groeien tot internationaal vermaarde topspelers zoals Johan Cruijff, Johan Neeskens, Willem van Hanegem, Ruud Gullit, Marco van Basten, Frank Rijkaard, Ronald Koeman, Dennis Bergkamp, Patrick Kluivert, Edgar Davids, Philip Cocu, Frank de Boer, Jaap Stam, Edwin van der Sar, Clarence Seedorf, Mark van Bommel, Ruud van Nistelrooy, Wesley Sneijder, Arjen Robben, Rafael van der Vaart, Dirk Kuijt en Robin van Persie. Succesvolle coaches met hun basis in de Eredivisie zijn onder andere Louis van Gaal, Frank Rijkaard, Guus Hiddink en Bert van Marwijk.

De Nederlandse competitie staat bekend om de aanvallende manier van voetballen. Het heeft zich tevens bewezen als een ideale broedplaats voor jonge buitenlandse spelers. Veel grote talenten zijn internationaal doorgebroken via de Eredivisie door zich daar te ontwikkelen en in de kijker te spelen van de grote Europese competities. Romario, Ronaldo, Nwanko Kanu, Jon Dahl Tomasson, Henrik Larsson, Jari Litmanen, Zlatan Ibrahimovic, Maxwell, Alex, Luis Suarez, Christian Eriksen, Memphis Depay en Arek Milik zijn hiervan slechts enkele voorbeelden.

Iconen 60 jaar Eredivisie

In het kader van het 60-jarig jubileum van de Eredivisie werd een unieke foto genomen met de clubiconen van alle Eredivisieclubs. 

Bovenste rij (v.l.n.r): Cor Stolzenbach (Willem II), Edward Sturing (Vitesse), René Kolmschot (Heracles Almelo), Wim Jonk (FC Volendam), Jan Bruin (SC Cambuur), Jan van Grinsven (FC Den Bosch), René Trost (Roda JC), Jo Bonfrère (MVV Maastricht), Albert van der Haar (PEC Zwolle) en Jean-Paul De Jong (FC Utrecht).

Middelste rij: Stan Valckx (VVV-Venlo), Fred Bischot (Telstar), Bertus Quaars (NAC Breda), Hans de Jong (SC Heerenveen), Harry van den Ham (FC Dordrecht), Jan van Dijk (FC Groningen), Pascal Maas (FC Eindhoven), Dennis Gentenaar (N.E.C.) en Zeljko Petrovic (RKC Waalwijk).

Onderste rij: Lex Schoenmaker (ADO Den Haag), Thijs Libregts (SBV Excelsior), Hugo Hovenkamp (AZ Alkmaar), Gerard Meijer (Feyenoord), Bennie Muller (Ajax), Willy van der Kuijlen (PSV), Sander Boschker (FC Twente), Adrie Andriessen (Sparta Rotterdam), Willy Dullens (Fortuna Sittard) en Henk Overgoor (De Graafschap).

Historische statistieken 

Bekijk ook alle historische statistieken: